een handelsnaam van

Aan de winnaar van de staatsloterij

Zeldzaam

De winnaar van de staatsloterij is een enorme geluksvogel, daar is iedereen het mee eens. In Nederland worden 5 mensen per jaar door de bliksem getroffen, wat op 17,2 miljoen inwoners een kans geeft van nauwelijks 1 op 3,5 miljoen. De kans dat je de loterij wint is daarmee vergelijkbaar. Toch geldt voor de winnaar dezelfde minuscule kans als voor de rest van de deelnemers. Laten we zeggen dat dat degene is die door de bliksem wordt getroffen.

Do’s en don’ts

Het verdient aanbeveling voor de winnaar om zich vakkundig te laten voorlichten. De grote loterijen begeleiden prijswinnaars tegenwoordig goed, door hen in contact te brengen met financieel planners, accountants, fiscalisten en vermogensbeheerders die op het voorkeurenlijstje van de loterijen staan. Ook de ervaringen van vorige loterijwinnaars kunnen een voorbeeld zijn. Er zijn voorbeelden te over van winnaars die het goed hebben aangepakt en winnaars die het hebben verprutst.

De eerste tip: Schreeuw het niet van de daken als je een groot bedrag gewonnen hebt. Mocht je het toch willen delen met Jean et Alleman, noem dan niet de hoogte van het bedrag. Bij de staatsloterij blijf je anoniem als winnaar, bij de postcodeloterij krijg je een cameraploeg in je huis en het gewonnen bedrag in koeienletters in beeld. Je kunt in dat geval niet voorkomen dat je oude vrienden van weleer plotseling de banden met je willen aanhalen. De popgroep Doe Maar zong niet voor niets: ‘Als je wint heb je vrienden’.

Als je gewend bent in een volkswijk te wonen en vanwege het winnen van een prijs verhuis je stante pede naar een villawijk, dan heb je wellicht niet nagedacht over het feit of je je op je gemak zult voelen tussen de andere mensen van die villawijk.

Financiële planning

Het duurt meestal een half jaar tot een jaar voordat de winnaars aan hun nieuwe rijkdom gewend zijn. We stellen een inkomensdoelstelling en een vermogensdoelstelling vast. Dat verschilt van opmaken tot bewaren voor de kinderen. Vervolgens maken we een plan hoe we die doelstellingen kunnen realiseren.

Kennis maken met beleggen is vaak onvermijdelijk. Er is in de afgelopen eeuw geen enkele periode van 15 jaar of langer te vinden, waarbinnen er met een goed gespreide aandelenbelegging een negatief rendement is gerealiseerd. Het alternatief is sparen, tegen tegenwoordig erg lage rentetarieven.

Laten we de winnaar van de 1 juli trekking van 2018 eens voorrekenen wat het verschil is tussen de twee mogelijkheden.

30 jaar EUR 10.000 per maand of toch liever EUR 2.875.000 ?

De hoofdprijs van de 1 juli trekking bedroeg: 30 jaar lang €10.000,- netto per maand! De prijswinnaar kreeg de keuze voorgelegd óf een uitkering van €10.000 per maand gedurende 30 jaar óf in één keer een bedrag dat correspondeert met de netto contante waarde van de prijs (= €2.875.000). Als de prijswinnaar ervoor kiest om de hoofdprijs in één keer uit te laten keren, dan wordt er een bedrag van €2,875 miljoen uitgekeerd. Dit bedrag is de huidige verwachte waarde van de toekomstige uitbetalingen van 30 jaar lang €10.000,- per maand, rekening houdend met de verwachte renteontwikkelingen.

Ik heb even uitgerekend welke rente de staatsloterij de komende 30 jaar verwacht gemiddeld te zullen maken. Dat blijkt 1,58% per jaar te zijn.


Aanvangskapitaal: EUR 2.875.000

Jaarlijkse rente: 1,58%

Maandelijkse onttrekking: EUR 10.000

Na 30 jaar: alles opgemaakt




Nu ga ik sparen vergelijken met beleggen. Het grote verschil tussen sparen en beleggen is, dat je de beweeglijkheid van je kapitaal in de loop der jaren moet accepteren in ruil voor een hoger rendement. Die beweeglijkheid, ook wel volatiliteit genoemd, wordt door velen ‘risico’ genoemd.

Ik schreef in een ander artikel over de ‘Non Supplementaire Belegger’, dat is een belegger die geen keuzes wil maken, maar gewoon wereldwijd in aandelen wenst te beleggen. De belegger die om die reden ook tevreden is met het langjarig resultaat op de wereldwijde aandelenindex, MSCI world.

Als we de minst gunstige periode kiezen, sinds het ontstaan van de MSCI world index, dan zien we in de periode 1973-2003 een gemiddeld rendement van 7,6% per jaar. Iets korter geleden, de periode 1985-2015 leverde 7,8% per jaar op. Alle andere denkbare periodes van 30 jaar leverden een hoger gemiddeld rendement op dan 7,8% per jaar. Laten we de gemiddelde kosten ruim stellen op 1% per jaar. Dan hou je dus 6,6% per jaar over aan netto rendement. Laten we hetzelfde grafiekje nog eens bekijken, maar dan met 6,6% rendement per jaar in plaats van 1,58% per jaar:


Aanvangskapitaal: EUR 2.875.000

Jaarlijks rendement: 6,6%

Maandelijkse onttrekking: EUR 10.000

Na 30 jaar: EUR 8.634.447




Ik weet het wel

Zelfs al zou er de komende 30 jaar een worst case scenario komen, dan nog zal het gemiddelde rendement op de MSCI world meer zijn, dan de door de staatsloterij geprognosticeerde 1,58% op spaargeld. Beste winnaar van de staatsloterij: Vergelijk de grafieken en trek uw conclusies.

Als vermogensbeheerder zit ik aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.

Sebastian Pluijmert, vermogensbeheerder